Perzische Prins: de korrels van de tijd

Perzische Prins: de korrels van de tijd
4 januari 2021 onkel
In Geen categorie

Ergens rond het jaar tweeduizendvier was er een open mic avond in de Warmoesstraat die ik bezocht. Op de dinsdag als ik het me goed herinner. Daar stond ik altijd te kijken naar underground grootheden als Surya, Regga en Crackbek en te dromen van net zo goed te kunnen rappen als zij. Voor de deur stonden we in een cypher en lieten elkaar teksten horen. Na een paar edities had ik teksten verzameld die goed genoeg waren om op het podium te performen: op het podium freestylen, oftewel rappen uit het hoofd, durfde ik en kon ik nog niet goed genoeg. Na een tijdje mijn skills te hebben geoefend op dit podium kwam er een eind aan Live on the low, zoals de avond in de toeristische straat heette.

De volgende open mic was elke woensdag in Café de Duivel. Intussen had ik al enige stappen gezet in het theater en met het recenseren en dus beter in perspectief kunnen zien van podiumkunsten, met andere woorden ik stond wat zelfverzekerder op het podium. De underground legends die ik had leren kennen in de tussentijd merkten mijn skills op en we chillden ook buiten de open mics om; om te blowen, drinken en eindeloos te freestylen. Met name aan 1 persoon heb ik veel te danken: Greg Kerkwerper van het Escalatie team. Deze man had rare half prozaïsche half poëtische half cabaretesque raps die op zoveel plekken rijmden dat het leek alsof hij drie hersenen had in plaats van 1. Hij was een belezen guy die mij eens een Dostoyevski boek toeschoof welke veel indruk maakte op mijn puberhersens.

Na enkele jaren stopte ook de open mic in de Duivel en alle rappers gingen hun eigen weg. Veel waren nog actief in het battlerap circuit en niet zonder succes. Andere hingen de microfoon aan de wilgen en werden loonslaaf. Ik zelf was nog steeds gretig bezig met elke kunstvorm die ik tegenkwam proberen mijzelf eigen te maken. Ik ging van een locale jongerenredactie naar een landelijk jongerenmagazine, schreef theater, acteerde, broer ik was gek vijf hoepels aan het hooghouden om uit de ghetto te kunnen ontsnappen. Toen kwam Oscar in mijn leven. De man die mij een boekcontract gaf.

Ik hoor je misgunnende stem al vragen; waar blijft dat boek dan? Hou je bek, het komt. Daar gaat dit even niet over. Waarom ik over hem begin is omdat ik tijdens die eerste jaren bij de uitgeverij veel heb getourd en heb voorgedragen uit die nooit uitgekomen, mythische roman van me. Daar leerde ik een grandioze dichter kennen, Erik Jan Harmens, die ooit de eerste poetry slam kampioen van Nederlands was geworden en vertelde me over een cafe in het centrum waar die poeziewedstrijden werden gehouden. Heel lang heb ik niets gedaan met deze informatie en heeft het stof lopen vangen in mijn achterhoofd. Want je kunt moeilijk dwangmatig naar poezie op zoek, het moet jou vinden. Dat is een statement zonder bewijslast maar ik mag zeggen wat de fuck ik wil want wiens naam staat er in de url balk? Nou dan.

Ergens tegelijk met deze periode kwam ik weer in contact met Greg Kerkwerper die werkte aan een comeback album met zijn producer Dopaganda. Of ik langs wilde komen om een couplet op te nemen. Onderweg naar de studio in de Jordaan schreef ik een tekst. Over de inhoud dacht ik verder niet veel na, die volgde vanzelf op zichzelf. Zonder beat, met een prozaïsche viba en veel rijm: op zn Gregiaans zeg maar. Dit moet ergens rond 2014 zijn geweest, maar het is nog steeds een van mijn betere teksten. Sterker nog, het is de opening van de dichtbundel Perzische Prins.

Waarom is die tekst dan zo goed? Al sla je me scrap. Hij is niet per se heel goed of fout. De tekst staat op zich. Staat zelfs los van mij. Gaat niet letterlijk over mij en is ook veelal in een stijl die ik heb aangenomen om beter op een track met Greg te passen. Wat ervoor zorgt dat die tekst vandaag nog relevant is komt door de vragen die de hoofdpersoon van de tekst oproept. Die zijn voor iedere toeschouwer anders interpreteerbaar maar de rode lijn is de overdenking van een niet-westerse persoon die zich vervreemd voelt in een spierwitte maatschappij. Als dat (helaas) niet relevanter dan ooit is bro dan weet ik het ook niet meer.

Ergens rond shi 2015-16 na al een jaar of vier een goede vriendschap te hebben opgebouwd met Amersfoorts finest, switchte ik van Topnotch naar Noahs ark. Er zouden drie platen volgen waarop ik op zoek zou gaan naar mijn eigen sound. Op de eerste deed ik nog soortige gangsterrap, waarschijnlijk omdat het milieu waar ik me destijds in begaf nog vroeg om representatie. Bij de tweede had ik een concept bedacht met mijn surrogaatkind Dixak: Prince of Persia. Een cd met als thema een van mijn favoriete videospellen aller tijden. We maakten, dat is een hilarische andere column waard trouwens lol, in een week misschien wel honderd nummers waarvan er max twee op de uiteindelijke EP kwamen. Dat project heette Hombel, had niks met het spel te maken en was in hindsight eigenlijk een grote schreeuw om hulp, als je kijkt naar de zielige thematiek van sommige nummers. Tijdens het maken van die EP heb ik wel geprobeerd om de tekst die ik voor het Greg nummer had geschreven om te vormen tot iets werkbaars maar het stond te ver af van de muziek die ik maakte. Wel had ik daardoor een tweede deel geschreven voor de tekst, en dat is, spoiler alert, het laatste gedicht van dichtbundel Perzische Prins geworden die fucking 20 januari uitkomt dus preorder iets.

Bam, oke, het is mijn verjaardag in 2017 en ik word 28. Een vriend van me geeft me een kaartje cadeau voor een boksgala in Carre (topcadeau, topgast). Hij komt pull up met twee chicks; eentje is het zusje van een mattie van ons en de andere is een meid die, je gelooft het niet, werkt in dat cafe waar die poetry slams gehouden worden waar die dichter het over had een paar alinea’s geleden. Daar was meteen mijn reden om deel te nemen: indruk maken om een knap meisje. Als de vuile smeagol die ik was. Ik zou de eerste slam die ik daar deed winnen, maar dat meisje werkt toen niet. Haha lekker voor je, sukkel.

Na de maandfinale, die ik had gewonnen met dus de Perzische Prins tekst maar bijvoorbeeld ook met de lyrics van cultraphit Onky, was ik geplaatst voor de jaarfinale. En nu begon het echt. Nu kon ik mij niet langer verschuilen achter rap, maar zou ik toch echt naakte poezie moeten gaan schrijven.

Een paar maanden later was het zover. Het was op een dag waarop ik een bruiloft had dus ik zag er van buiten hayak chachi uit. Maar van binnen ging ik kapot van de stress. Zou mijn poezie wel goed genoeg zijn? Je gelooft nooit wie er in de jury zat. Diezelfde dichter van net, Erik Jan. Mohim, ik kwam in de finale, huts, deed mijn shit, eindigde als tweede. Ik mocht wel naar het NK, maar er zat een bittere nasmaak aan het verlies. Niet nodig, zou je zeggen, voor een rapper die voor het eerst een nieuwe kunstvorm betracht, maar voelen deed ik m zeker. Ik appte Erik Jan en vroeg hem hoe het kon dat ik zo nep was, lol. Hij kwam met repliek die ik op de middelbare school ook vaak kreeg: je kunt het wel maar je laat het nog niet genoeg zien.

Als je wilt weten hoe het is afgelopen op het NK anderhalf jaar later kun je andere artikelen op deze site lezen (ben iig hoger geëindigd dan die Papi die me sladas had gegeven in die jaarfinale dus MIYEK), dat doet nu niet per se ter zake. In die aanloop ernaartoe ben ik in elk geval grondig veranderd als man. Ik verloor mijn vader, de vrouw waarmee ik dacht oud te willen worden, mijn baan. Op een gegeven moment was het enige wat ik nog had mijn poezie. Als therapie, als steun, als toeverlaat. Ik meldde me aan voor elk mogelijk podium en kwam zelfs met mijn eigen poezieavond (waar ik ook Greg Kerkwerper twee keer boekte, en ik kan je zeggen, als theaters ooit weer opengaan, gaat hij de poezie game vernietigen.) En elke keer opnieuw kwam die tekst terug. De opening van Perzische Prins de dichtbundel. En hij krijg steeds meer relevantie a dier.

Hier ga ik nog een alinea toevoegen speciaal voor mijn 20jarige mattie Nek, omdat hij deze tekst gister heeft geproofread en vond dat ik niet genoeg inzoomde op wat ik heb gedaan om uit die depressing times te komen. Ik ga je dit zeggen man Nek, de grootste les die ik heb getrokken uit de zware periodes is dat emoties tijdelijk zijn. Vandaag lijkt de wereld te vergaan, morgen voel je je P Diddy. Het belangrijkste is constant voor jezelf helder te hebben wat het antwoord is op de vraag wat je komt doen hier op deze aardkloot. Dat is misschien het enige lichtpuntje aan iets tragisch als verlies; je gaat elk moment kapotlijp koesteren en alle bledder filtert zich. Voor mij is het antwoord op die vraag dat ik kom voor het schrijven van woorden. Dat doe ik al sinds een chimang en denk maar dat ik een van deze chibas daar stokken voor ga laten steken.

In deze formatieve twee jaren die ik achter de rug heb, concluderend, heb ik poezie van verschillende kanten leren kennen. Ik ben andere poezie gaan schrijven, lezen en anders gaan voordragen. Maar wat hetzelfde is gebleven is die thematiek die nog steeds het helderst werd beschreven in die fucking tekst waar ik het al zo eindeloos over heb. En dat vind ik bijzonder. Dat zo een oude tekst zolang stand houdt. Daarom heb ik mijn allerbeste gedichten bij elkaar gevoegd, de gedichten die niet geheel toevallig in essentie dezelfde kern dragen als de opening en het slot van Perzische Prins. En bij elkaar is dit durf ik wel te zeggen het beste werk dat ik ooit heb geschreven, dat is niet eens een waardeoordeel maar wahed voldongen feit. Het ontstijgt rap, proza en poezie. Het een reis door twee ruina jaren, door mijn mind, en door hopelijk de zielen van gelijkgestemden. Ik hoop met heel mijn kaolo hart dat jij er ook van zult genieten.

Comments (0)

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*