Waterlogboek

Waterlogboek
23 maart 2020 onkel
In Geen categorie

De dagen vlogen aan hem voorbij. Het was alweer vier jaar nadat hij het idee voor dit boek had verzonnen. Belachelijk eigenlijk, om al zo lang aan een tweede boek te denken als je al jaren te laat bent met het afmaken van je eerste. Maar het idee was hem te dierbaar om niet meteen mee aan de slag te gaan. Door dankbaarheid te tonen voor water kon hij een inzicht verwerven aan hoe hij zich als persoon ontwikkelde. Bovendien konden mensen dan zien wat voor levensstijl hij leidde, waardoor ze misschien beter kunnen begrijpen waarom het schrijven van het eerste boek zo lang duurde. Het was namelijk een veelbewogen leven dat hoofdpersoon leidde. Soms dacht hij een extra spectaculair leven te MOETEN leiden zodat hij dat als inspiratie kon gebruiken. Zijn vrienden vonden hem gek en beschouwden hem waarschijnlijk ook niet eens als een vriend: hij had geen gevoel voor verantwoordelijkheid, kwam zijn afspraken niet na en moest altijd wat van iemand lenen. Maar toch hielden ze het vol met hem want ook zij zagen dat hij het heus wel probeerde.

Zijn oudere broers hadden altijd tegen hoofdpersoon gezegd: pas nou op, voordat je het weet ben je dertig en rook je nog steeds jointjes in de tuin van je moeder! Hij begon ze steeds meer te geloven maar was ondertussen nog altijd bezig met twee grote prozaboeken die de koers van zijn leven konden veranderen. Dat zou ze laten zien dat hij tot meer in staat was dan niksen. Op deze zomeravond waarop de maan vol was en het huis nog rook naar lamsvlees van het slachtfeest besloot hoofdpersoon plotseling weer te beginnen aan zijn tweede boek. Die ene over water. Nadat hij een douche nam in een in alle opzichten dofkleurige badkamer, zich afdroogde en zijn mooiste gewaad aan trok. Een die hij had gekocht in Marokko, waarvan hij het moment ook in het boek zal bespreken. Hij had het gewaad de afgelopen dagen niet aangedurfd omdat hij niet echt een vroom leven had geleid om het maar zacht uit te drukken. In die langzaam over elkaar heen schrapende dagen waarin verschillende verslavingen de overmacht over hem hadden, schaamde hoofdperson zich diep en gebruikte dan weer iets om die schaamte te verdoven. In die wereld van leugens en van chemisch gefabriceerde gedachten hoefde Hoofdpersoon in elk geval even niet te denken aan de realiteit. De realiteit waar dat schone gewaad symbool voor staat, daar wilde Hoofdpersoon naar terugkeren.

Hij schreef elke keer op dat hij water gebruikte vanaf:

Vrijdag 00.00
Uit een flesje water in het bed nadat hij woelend nadacht over wie er allemaal kapot is en wie sterk was gebleven. Hij stond op en liep naar de tuin om sigaretten te roken. Het pak is van het merk Winston, dat rookte hij in Marokko. In Marokko rook je meer omdat het overal los te koop is. Hij vulde het halve pakje gewoon steeds weer bij tot de helft zodat het niet leek op wat het in werkelijkheid wel degelijk was.

00.06
Tweemaal het toilet gebruikt. Dat moesten alle vijftien aanwezigen hebben gehoord terwijl ze bijna allemaal kapot waren van de levensveranderende reis. Daarbij moest hij naar beneden om daar te rukken aan een hele luidruchtige deur en spoelde daarna door met water vanuit een van de nog luidruchtigere tonnen die er in de badkamer stonden.

8.30
Uit hetzelfde flesje water bij het bed. Terwijl hoofdpersoon dit opschreef voelde hij zich bezwaard dat hij iedereens verhaal zo op zichzelf betrok. Misschien zat niemand erop te wachten.

09.00
Thee gedronken. Jongens en meisjes renden door elkaar heen iedereen druk in de weer met dingen serveren, klaarmaken, opruimen. De drerrie die in Nederland zijn geboren waren hard aan het zoeken naar internet en werden gewezen naar de hoekjes met het beste bereik in dit gigantische huis. Hoofdpersoon had zelf ook internet of ontbijt nodig maar niemand nam de tijd voor hem. Dat had een reden.

14.20
Tijdens de grote wassing besefte hoofdpersoon iets waarvan hij wist dat hij hier voor de rest van zijn leven met weemoed aan terug zou denken. Maar eerst is het misschien goed om uit te leggen wat de grote wassing is. Voordat moslims gaan bidden moeten zij rein zijn. Die reinheid wordt doorbroken door toiletbezoek of seksueel contact. Daar de kleine wassing (Lwodo’ heel makkelijk te verrichten is, was de grote wassing (al Ghusul) wat moeilijker in dit huis. Hoofdpersoon had daarom vooraf een paar liter water verwarmd in een ketel op het gasstel. Hoofdpersoon besefte tijdens deze wassing dat de overledene hem in zijn laatste weken apart had genomen, zoals nooit tevoren. Hij sprak tegen hoofdpersoon met een atypische rust, kalmte en geduld.

14.45
Bij het koken van eieren. Het water uit de put is niet geschikt om te drinken maar om eieren te koken gebruikte hij het wel. Dat at overledene ook veel, gekookte eieren, met zout en komijn. Het was een van de weinig dingen die je hem zag eten in de laatste fase van zijn leven. Alleen het hoognodige.

22.35
Hij is in een andere stad waar wel een werkzame wc is. In de spiegel kijkt hij lang zonder te bewegen in zijn eigen ogen. Hij heeft allang geen water gedronken beseft hij ineens wanneer hij zijn toiletbezoek noteert. Ook hier kan hij niet uit de kraan drinken.

22.46
Onder de stoel van zijn broer vindt hij een flesje lauw water van Sidi 7razem. Op de geluidsinstallatie begint een betoverende stem zachtjes te reciteren uit de Koran, nadat hij Bismillah zegt.

22.49
Het laatste slokje uit datzelfde flesje terwijl hij ruw wordt afgesneden door een taxi. Hij wil toeteren maar wilt ook geen extra aandacht op zich vestigen. Hij heeft al een geel kenteken en dat is al reden genoeg om zonder reden aangehouden te worden. Hij rijdt voor het eerst auto in Marokko en de rotondes moet hij nemen met twee handen aan het stuur dan alsof hij weer aan het afrijden is, vijf jaar eerder op zijn achttiende.

Zaterdag 00.01
Hij krijgt een water bij zijn koffie verkeerd. Een zomerse bries blaast zijn sigarettenlucht door een cafe op een zelfde hoek als op Nighthawks maar dan in Tanger waar elk moment je telefoon van je tafel kan worden geritseld.

2.51
Thuis op de wc pot met een klein beetje schuldgevoel tegenover de rest in het dorp in Oued Laou om de oncomfortabele sanitaire voorzieningen waar zij mee leven terwijl hij zittend plas om een onzichtbaar boek te schrijven.

3.17
Een slokje van een literfles Sidi Ali water uit de koelkast.

4.04
Een kleine wassing verricht bij de kleine, lage, vrijstande en met bomen omringde moskee om de hoek om deel te nemen aan het Fajr gebed. De imam spreekt voor en na het gebed met de andere twee aanwezige jongemannen en indirect met mij over dat je nooit weet wanneer je sterft. En dat je daarom maar beter zo veel mogelijk kunt leven volgens de sunna.

4.38
Spoelt mond voor een laatste maal in het toilet. Hoofdpersoon moet slapen.

7.15
Neemt laatste slok van flesje naast het bed na gewekt te zijn door geluid in het toilet. Zou zijn broer wel hebben geslapen?

Donderdag 21.00 uur

Leg het glas in de gootsteen van thuis. Puur omdat het niet langer anders kan probeer ik het vanaf nu opnieuw in een daartoe geïmproviseerde kamer. Een van mijn goede voornemens is vijfhonderd woorden per dag schrijven. Daarom zal ik mijzelf dwingen duizend woorden over dit nog jonge jaar op te schrijven. Mijn gedachten zijn deels bij de nabestaanden van de vuurwerkslachtoffers. Hoe genadeloos is de tijd als je je geliefde nooit meer ziet door toedoen van een feestelijke vlammen die bedoeld traditie om diezelfde tijd te eren. Voor een ander deel zijn zij bij een sociaal medium dat ik net heb verwijderd voor onbepaalde tijd.

Voor mij ligt een pen op een blad met wel dertig nog uit te voeren ideeën. Vanuit de woonkamer klinkt Jazeera en darija. Verderop in noord en daar verder in de binnenstad zijn vrienden muziek aan het maken en alles in me wil met ze meedoen en ontsnappen aan dit papiertje en deze computer. Deze goedkope laptop waarvan het pijltje naar rechts ontbreekt en er iets onder de letter B plakt. Ik versta niet veel fosha, de officiele Arabische taal, maar wel net genoeg om de nieuwslezer iets zegt over dat Netanyahu Israel een krachtige staat noemt. Terwijl ik dit schrijf iets over Egypte.

Ik mis zijn neutrale blik op die televisie. Hoe hij de laatste tijd niet meteen verstond dat je hem riep. Ik zou hem roepen en vragen wat er aan de hand is tussen Israel en Egpte, niet per se omdat het mij zo aan het hart gaat, maar meer om zijn mening over te horen. Bedachtzaam maar cynisch zou hij een grappige oneliner richten aan niemand in de kamer. En het einde van zijn betoog eindigen met dat “meeste mensen toch niet weten waar ik het over heb”.
Voor hoe lang ik mezelf al schrijver noem moet ik zeggen dat deze duizend woorden veel meer van me vergen dan nodig zou moeten zijn. Onderwerpen te over. De hele wereld staat op zijn kop. Een transvrouw kreeg een kind van een transman. Ik zou daar zo een filosofisch essay over kunnen toevoegen aan mijn lijstje met dertig ideeen, maar ik weet niet waar het zou eindigen in de lijst van prioriteit. De meest dringende zaken beginnen de overhand te krijgen in de al gammele basis van mijn leven.

21.39
toilet doorgespoeld en handen gewassen. Alles in me zou een wassing willen verrichten maar ik heb geblowd en ben dat van plan vanavond nog wat meer te gaan doen. In elk geval is de drang om muziek te gaan maken nog niet overwonnen van de drang om me te houden aan mijn voornemen om meer te schrijven en dat is vrij wonderlijk te noemen als je de tijd ziet tussen nu en het vorige moment van schrijven. Je zou kunnen zeggen dat ik mijzelf weer even was kwijtgeraakt. En wellicht nog steeds niet goed genoeg heb teruggevonden om te kunnen schrijven met het respect dat water vereist.

Is het gezond als ik even ga huilen? Want ik kan makkelijk fotos bekijken of muziek luisteren die me laten huilen. Of wacht ik tot het met overvalt zodat het oprechter verdriet is wanneer ik dan in tranen uitbarst? Zolang ik niet weet wat normaal is wacht ik af. Tot ik een patroon ontdek in hoe ik het doe. Het maakt me ook eigenlijk niet uit wat anderen normaal vinden hierin. Ik hoor vaak dat ik het moet toelaten en dat ik verdrietig mag zijn. Maar die goedbedoelde woorden klinken mij vreemd, afstandelijk en alsof ze voor andere oren bedoeld zijn dan mijne.
Het werkte lang goed om poezie te schrijven. Ik schreef, droeg voor, kreeg reactie. Overweldigende reactie zelfs. Misschien dat het feit dat die positieve reactie botst met de somberheid van de reden van schrijven mij nu tegenhoudt, misschien is het wel de felheid van een leeg papiertje in een noteboek.
Al spreek je een speekselzee
je bereikt er toch niks mee
kutletter B
Hopelijk is mijn eerste boek af voordat deze het is. Waar de poezie in die volgorde komt maakt me minder uit.

DIT ARTIKEL WORDT ELKE WEEK AANGEVULD TOTDAT HET EEN HEEL BOEK IS DUS KOM VOLGENDE WEEK TERUG VOOR MEER

Comment (1)

  1. asmae 5 maanden geleden

    can’t wait😁

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*